Nieuwe tijden.
En daar verschijnt het dan op het bordes van het stadhuis: de nieuwe ministersploeg. Hier moeten we het de komende jaren in Almelo mee doen. De meesten staan te glunderen van trots en hebben er zichtbaar zin in. Een goed teken. In de kantlijn lees je nog ergens dat er zelden zo veel vogels van verschillende pluimage in één college hebben plaatsgenomen: de democratie ten top. Lijkt me heel gunstig, want je kunt de zaken maar beter van zo veel mogelijk verschillende kanten bekijken. Net als deze week het fluitconcert van de vogels in alle hevigheid is losgebarsten, heeft ook in de raad elk vogeltje z’n eigen eigenwijze wijsje. Laat maar lekker babbelen met elkaar, want dan krijg je goede besluitvorming.
In Almelo was er weinig tot geen gezeur over meekijken in het hokje of met de hele familie achter één potlood. De raad is geïnstalleerd en men kan aan het werk.
Nieuwe heren, nieuwe wetten dus. Men kan direct aan de slag, want in Tubantia las ik het eerste verheugende nieuws. We gaan misschien even pas op de plaats maken en inventariseren. Er is een burgerinitiatief in het leven geroepen en deze groep mensen wil een aantal zaken opnieuw onder de loep nemen, waaronder het nieuwe stadhuis en andere grote bouwprojecten in de stad.
Een uitstekend initiatief, want laat alles eerst maar eens goed onderzocht worden, voordat we ons een financiële strop om de nek laten hangen.
Heel veel mensen hadden namelijk al lang het vermoeden dat de plannen van het vorige college op z’n zachtst gezegd nogal ambitieus waren. Het vermoeden bestond dat het niet helemaal reëel zou zijn. Ook hoorde je vaak dat de gemeenteraad niet naar de burgers luisterde.
Hier nu ligt een prima eerste kans voor het vers geïnstalleerde nieuwe college. Een bezinningsperiode van een half jaar waarin nog eens één en ander goed wordt berekend. Pas dan worden er knopen doorgehakt.
Die vijfhonderd handtekeningen zijn volgens oud gemeentesecretaris Snijder zo bij elkaar geschraapt. Dat geloof ik graag.
Echter heb ik nog één kanttekening. Het gaat om plannen die de binnenstad betreffen, maar ik mis een beetje de plannen voor het buitengebied. Geldt daarvoor niet hetzelfde, namelijk dat ook die plannen veel te ambitieus zijn geweest en dat ook hier bezinning past? Met name Waterrijk en uitbreiding industrieterrein Twente- Noord lijken mij plannetjes die opnieuw berekend mogen worden.
Hopelijk heeft men hier in de nieuwe raad oren naar. We zetten onze handtekening dikgedrukt en zien de toekomst met vertrouwen tegemoet.
Anne Jan Teunis.
Forza Almelo!
Hij leurt
Nog steeds met grond, de koopman heeft ambities zat
Plan goedgekeurd
Zoals gewoonlijk alles maar vast plat
Er is zoveel gebeurd,
Maar niets veranderd in de stad
Een grauwe crisis zuigt en zeurt
In nieuwbouw zit de klad
Maar voor het pand er staat, is 't al verbeurd
Zo doen we dat
En achter het reclamebord (reeds licht verkleurd)
Een gat
Frank van Nus, Almelo
Natuur(lijk) voor onze kinderen.
Pijnlijk verlies. Terug in je mand. De wonden worden gelikt en als vanzelf kom je in deze vredesmaand uit bij een soort jaaroverzicht.
Waar alles licht is en de trotse stadskerstboom zelfs blauw licht uitstraalt, ga je mijmeren over het bijna voorbije jaar en alles wat er wel of juist niet is gebeurd. Overheerst het positieve gevoel of slaat de balans juist negatief door?
Wanneer ik eerlijk en objectief kijk ben ik er snel uit en kan ik wel concluderen dat er aan alle kanten weer driftig en onvermoeibaar werd gezaagd aan de poten van moeder natuur.
Welhaast het hele gebied tussen Almelo en Vriezenveen dreigt te worden volgebouwd. Waterrijk en Vriezenveen Zuidoost. Verder de Weitemanslanden aan de kant van Almelo. Dan nog de uitbreiding van bedrijventerrein Twente Noord. Het gaat gewoon door, ondanks moedige, nietsuithalende protesten. Al met al genoeg bedreigingen voor de reeds schamele groene ruimtes.
Aan de andere kant moet ik heel, heel diep nadenken over positieve ontwikkelingen. Volgens mij is er niets teruggegeven aan de natuur afgelopen jaar. Tja, er worden zo hier en daar een paar boompjes geplant, maar dat zal de balans niet in evenwicht brengen.
De natuurliefhebbers zitten wat beteuterd te kijken achter dat vreselijke, verlichte bruggetje op de vensterbank.
Waarom, oh waarom dan ook altijd maar weer dat eeuwige gemelk en geprotesteer tegen plannen om de groene ruimte aan te tasten? Het valt toch niet tegen te houden. Waarom je het hele jaar door druk maken, soms zelfs om één enkele beuk? Waarom niet lekker alles laten volbouwen? Dan ben je van alle gezeur en gezever af en vol is vol. Daarna kun je altijd nog de grond of de lucht in.
Natuurbehoud. Waar vechten we eigenlijk voor en waarom maken we ons zo vaak druk om futiliteiten, terwijl we bij voorbaat al weten dat het vechten tegen de bierkaai is en dat economie en geld verdienen altijd de bovenliggende partijen zijn?
Waarom, ja waarom toch?
Trouw is een kwaliteitskrant die je daarom dus serieus mag nemen. In deze krant vond ik de afgelopen tijd wat strohalmen. Bijvoorbeeld het volgende bericht over de noodzaak van “natuur”.
Het Internationale Verdrag voor de Rechten van het Kind bestaat 20 jaar. Men wil een nieuwe bepaling in dat verdrag, namelijk het recht op contact met de natuur. Kinderen groeien steeds vaker op in steden, een omgeving waarin er geen contact is met de natuur en de oorsprong van hun voedsel. Hierdoor treedt vervreemding op. Natuurcontact is in de eerste plaats bevorderlijk voor de lichamelijke ontwikkeling van kinderen. De natuur is oneindig gevarieerd en scherpt de waarneming van alle zintuigen. Dit in tegenstelling tot de computer en de tv, die een eenzijdig beroep doen op ogen en oren.
Daarnaast werkt een natuurlijke omgeving rustgevend, waardoor het concentratievermogen wordt hersteld en een kind weer helder kan denken. In die zin is het bevorderlijk voor de intellectuele ontwikkeling van kinderen.
Tot slot heeft contact met de natuur ook een positief effect op morele ontwikkeling van kinderen. Zij krijgen meer respect voor de natuur en gaan er zorgzamer mee om. Broodnodig in een tijd waarin de klimaatcrisis en de milieuproblemen eindelijk in volle omvang tot ons beginnen door te dringen.
Daarom dus. Het gaat niet alleen maar om dat ene boompje of dat ene strookje groen. Het moet veel breder worden gezien. De jeugd heeft de toekomst, maar wanneer onze kinderen van de natuur vervreemden, zullen de gevolgen groot zijn. De volgende generaties zullen op essentiële punten tekort gaan schieten. Minder scherpe waarneming van de zintuigen, concentratievermindering en een rem op intellectuele ontwikkeling, alsmede minder respect voor de natuur. We krijgen heel andere kinderen. Dit willen we niet en daarom blijven we strijden voor natuurbehoud.
Anne Jan Teunis.
“Waterrijkje”
Onlangs verscheen er een opvallend stukje in de krant. In een klein provinciestadje van een piepklein landje, een stipje op de wereldbol, was een wethoudertje een andere koersje gaan varen. Zijn snode plannetjes werden bijgesteld, want de vleugeltjes kwamen te dicht bij de zon. Er waren wat vlekjes weg te werken, vanwege een klein crisisje.
Het geweldige, bombastische project, waarbij grote jachten vanuit kapitale villa’s aan het water massaal richting de onweerstaanbaar aantrekkelijke binnenstad zouden koersen diende ietwat te worden bijgesteld. 4000 Woningen in een waterrijk gebied zou een mooi sprookje kunnen zijn. In Spanje kon het immers toch ook langs de Catalaanse kust, waar het prachtige Empuriabrava uit de grond gestampt werd? Vanuit het hemelbed zo je plezierjacht in. Er waren vast wel wat bofkonten uit de Quote 500 te porren voor een toplocatie voor relatief weinig geld in dat mooie Twentse stadje. In elk geval de hekkensluiter van de lijst die bijna 90 % van z’n vermogen verloor en nog maar 45 miljoen bezit, zou er wellicht wel oren naar hebben.
Echter verdwenen de nekjes weer netjes tussen de schoudertjes. Het sprookje lijkt een beetje uit te zijn. In aangepaste vorm kan er heel voorzichtig nog een poging gedaan worden om een aantal huisjes in een uithoekje van het gebied neer te zetten. Doe dan maar dicht bij de sluis van Aadorp, want dan valt de boottocht met bestemming binnenstad nog binnen een dag te doen.
Wanneer er slechts één huisje gebouwd gaat worden, mag dat mijn hutje wel zijn vlakbij het bankje waar ik over had willen zwijgen. Als een soort beheerder genietend van de prachtige uitzichten. Dat zou dan mijn persoonlijke sprookje worden.
Het echte sprookje is uit, maar moeten we daar wel rouwig om zijn? Momenteel is zo’n gigantisch project absoluut onhaalbaar en de kale cijfers zeggen genoeg. Waarom dan toch blind doorzetten en je hoofd hard stoten? “Be big”, is een titel van een stukje van Laurel en Hardy. Denk groot. Nog groter is het om de realiteit te blijven zien en in te binden. Bij te stellen. Kracht wordt tenslotte in zwakheid volkomen. Durven toegeven.
Wat valt er te winnen? Eén familie is in elk geval blij: de zwanenfamilie die in het gebied al tijden bivakkeert, zal heerlijk door de weilanden kunnen blijven struinen.
De ree die ik er ooit zag, mag ook gewoon blijven. De geweldige uitzichten zullen blijven bestaan, met niet te vergeten de prachtige zonsondergangen in alle jaargetijden.
En mag dan alstublieft ook die ene boerderij blijven, waar we die heerlijke geuren aan te danken hebben en die geweldige koeien die op hete dagen loom in de schaduw van die ene fantastische boom staan?
Welk een winstpunten voor diegenen die de natuur een warm hart toedragen, maar tevens voor meer neutrale kijkers die toch ook moeten inzien dat er in elk mensenleven een balans dient te zijn tussen hectiek en rust. Vooral in onze tijd!! Het moet een keer worden omgebogen, anders zijn we te laat.
Och, vul toch één van de “gaten van Almelo” op met die paar huizen en laat het buitengebied ongerept. Haal de duikers bij het begin van de “road to nowhere” weg en geef het gebied terug aan de natuur. Dan kun je apetrots zijn. Omgeven door water en groen. Oh, mooi Almelo. Beter ten halve gekeerd, dan geheel mislukt.
Anne Jan Teunis.